Nieren zorgen voor de juiste hoeveelheid water en zouten


Het lichaam werkt alleen goed als de juiste hoeveelheid water en zouten aanwezig is. De nieren houden de hoeveelheid water en zouten in het bloed op peil.

Het lichaam bestaat voor twee derde deel uit water. Water en zouten zijn nodig om de bloeddruk op het juiste peil te houden, en om veel lichaamsprocessen goed te laten verlopen. Hiervoor is een goed evenwicht nodig tussen de hoeveelheid water en de hoeveelheid zouten.

Maar gedurende de dag verandert de hoeveelheid water en zouten in het lichaam: door eten, drinken en zweten. Ook de omstandigheden hebben hier invloed op. U zweet bijvoorbeeld meer op een warme dag, of bij inspannend bewegen. Ook ziekte en het volgen van een dieet hebben invloed op de hoeveelheid water en zouten. De nieren zijn dus voortdurend bezig om die hoeveelheid ongeveer gelijk te houden.

Urine verandert

Een ingewikkeld regelsysteem bepaalt of er water en zouten het lichaam uit moeten. Of juist behouden moeten blijven. Bij dat regelsysteem zijn behalve de nieren, ook andere organen betrokken. Zo zorgt het hormoon ADH (anti-diuretisch hormoon) uit de hersenen er bijvoorbeeld voor dat de nieren minder water uitscheiden.

Mede door het werk van de nieren blijft de hoeveelheid water en zouten in het bloed steeds ongeveer gelijk. Het resultaat is dat de hoeveelheid en de samenstelling van de urine veranderen. Urine bestaat uit water waarin verschillende stoffen zijn opgelost, zoals zouten. Gemiddeld maken de nieren 1,5 liter urine per 24 uur. Maar als het nodig is, kan dat verminderen naar een halve liter. Of toenemen, naar wel 3 liter of meer.

Te veel zout in het lichaam

Als u iets eet waar zout in zit, stijgt de hoeveelheid zout per liter (de concentratie) in uw lichaam. Het regelsysteem in het lichaam merkt dat op en wekt een signaal op: u krijgt dorst. Door te drinken stijgt de hoeveelheid vloeistof in het lichaam. En zakt de hoeveelheid zout per liter weer naar de juiste hoeveelheid. De dorst verdwijnt.

Door te drinken is er wel extra water in uw lichaam gekomen. Ook dit wordt opgemerkt door het regelsysteem. Er gaat een signaal naar de nieren, om dit te herstellen. De nieren verwijderen zo snel mogelijk het teveel aan water, via de urine. Daarna is ook de hoeveelheid water weer op het juiste peil.

Te veel water in het lichaam

Als u veel drinkt, neemt de hoeveelheid water in het lichaam toe. De hoeveelheid zout per liter (de concentratie) neemt daardoor af. Na een signaal uit het regelsysteem produceren de nieren meteen veel meer waterige urine. Dat is urine met weinig zout erin. De hoeveelheid water in het lichaam daalt weer, en de samenstelling van het water in het lichaam wordt weer zoals die was.

Te weinig water in het lichaam

Verliest u veel water, bijvoorbeeld door veel te zweten, dan neemt de hoeveelheid zout per liter in het lichaam (de concentratie) toe. Het regelsysteem merkt dit op en geeft een signaal af: u krijgt dorst. Als u niets drinkt, zal een signaal naar de nieren gaan, om minder water uit te scheiden. Zo voorkomen de nieren dat er nog meer water verloren gaat, en de hoeveelheid zout per liter verder oploopt. De urine wordt donkerder van kleur, omdat die meer geconcentreerd is.

Nierschade zorgt voor ophoping vocht

Bij ernstige nierschade kunnen de nieren de hoeveelheid vocht en zouten niet op het juiste peil houden. Het lukt de nieren dan niet meer om voldoende vocht en zouten uit te scheiden. Dat kan zorgen voor hoge bloeddruk, vermoeidheid, ophoping van vocht in het lichaam (oedeem) en kortademigheid.